Tijdens de afgelopen gezinsviering op kerstavond, was de
Catharinakerk een Huis van Licht......
En natuurlijk was er het Kerstverhaal:
Kerstverhaal Gezinsviering 2008 (door Nico Knibbe)
In een klein stadje in Israël woonde een jonge vrouw, een meisje eigenlijk nog. Maria heette ze. Maria had al een vriend. Jozef. Ze zouden gaan trouwen. Jozef kon goed timmeren. Hij was al bezig een bed voor hen te timmeren. Van dat mooie ruwe hout, van steigerplanken.
Maria sliep en droomde van Jozef. Opeens werd ze wakker. Het was helemaal licht geworden in kamer. Het was zo fel dat ze er niet in kon kijken. Toen hoorde ze ook nog een stem. En die stem die zei ‘Maria, jij bent de gezegende onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot’. Maria snapte er niks van. Gezegend? Vrucht? Van uw schoot?
Maria begint een beetje van de schrik te bekomen. Blijkbaar zal ze een kindje krijgen. En niet zo maar één. Eentje die de wereld anders zal maken. Die de mensen zal leren wat vrede is. Die zal voordoen wat echte liefde is. De Engel zegt dat ze haar kindje Jezus moet noemen.
Toch snapt ze er niks van. Een kindje komt niet vanzelf. Ze kán helemaal niet zwanger zijn. Maar de Engel zegt dat Maria wel zwanger is. Dat is een wonder! Een wonder van God. En de Engel heeft ook beloofd dat God goed voor Maria én Jozef zal zorgen.
Maar hoe moet het nou met Jozef? Hij zal wel denken dat Maria een andere man heeft en dat ze daarvan zwanger is. Jozef zal wel boos worden en het mooie houten bed kapotslaan.
Jozef wilde heel graag met Maria trouwen. Maar nu ze een kindje kreeg van een ander, was dat voor hem wel erg moeilijk. Hij voelde zich bedrogen. Jozef kon er niet van slapen. Hij wilde haar wegsturen. Weg uit Nazareth. Toen hij dat bijna wilde doen droomde hij dat God bij hem stond om iets uit te leggen. God zei ‘Je moet niet boos zijn op Maria. Ik heb gewild dat ze een baby krijgt. Ik ben de Vader van dat kind. Trouw met Maria en zorg goed voor haar. En blijf er aan denken dat jullie kindje mijn zoon is’. Toen Jozef wakker werd voelde hij zich heel blij. Hij had altijd al gedacht dat Maria een bijzondere vrouw was. Hij werd alleen nog maar verliefder op haar.
Keizer Augustus woonde in Rome, maar was ook de baas over Israël. Het land waar Jozef en Maria woonden. Hij wilde wel eens weten over hoeveel mensen hij nu eigenlijk de baas was. Hij ging ze tellen. Voor de familie van Jozef moest dat gebeuren in Bethlehem. Dus Jozef en Maria, die in Nazareth woonden, moesten op reis. Omdat Maria’s buik al lekker dik werd en ze moeilijk kon lopen, had Jozef een ezel voor haar geleend. Daar kon ze op zitten. De reis was lang en zwaar.
Na een lange week kwamen ze eindelijk in Bethlehem aan. Jozef ging snel een kamertje zoeken voor Maria want het kindje kwam al bijna. Hij klopte, bonsde en sloeg op alle deuren, maar …… alles was vol. Nergens was een bed voor Maria.
Jozef raakte een beetje in paniek. Hij wist zich geen raad. Toen vond hij een stal.. Daar was het in elk geval droog. Een os, een ezel en wat schapen maakten het ook een beetje warm.
Jozef pakte wat stro en maakte een bed voor Maria. En toen … kwam het kindje. Een prachtig kindje. Een heel bijzonder kindje, dat zag je zo. Maria deed wat de Engel haar had gevraagd; ze noemde het kindje Jezus. Jozef en Maria hadden natuurlijk geen wiegje.. Ze wikkelde Jezus in doeken, legde stro in een voerbak en legde Hem er in.
Er zijn zeker mensen die het kindje welkom willen heten door het brengen van de waxinelichtjes naar de stal…
Die nacht pasten de herders op hun schapen. De schapen sliepen. De herders hadden een groot fik gestookt om de wilde beesten af te schrikken. Ze vertelde elkaar stoere verhalen die ze gewoon uit hun duim zogen. In die tijd wilde niemand herder worden. Als je niks kon, niks wilde of je was een misdadiger, dan werd je herder. Eigenlijk waren de herders een stelletje sukkels, losers. Toch had God juist voor deze mensen een ongelofelijke verrassing. Want midden in die koude winternacht werd het opeens heel erg licht.
De herders schrokken zich rot. En midden in dat felle licht stond een schitterende engel. En die engel vertelde dat er een heel bijzonder kindje was geboren. En opeens ging de hemel open. En de herders zagen een schitterend engelenkoor, met wel duizend engelen die ongelofelijk mooi zongen.
Vlakbij in een stal. En de herders zijn zo onder de indruk dat ze hun schapen achterlaten en op zoek gaan naar het kindje Jezus. Dat was niet zo moeilijk, want boven de stal stond een enorme ster. Het leek wel een huis van licht. De herders vonden Maria, Jozef en het kindje Jezus in de stal. Ze wisten niet wat ze moesten zeggen of doen. Ze hadden wel meer baby’s gezien, maar dit was toch iets heel anders. Dat voélden ze gewoon. En zomaar opeens …. knielden de stoere herders voor de kribbe neer. Ze vertelden nog een beetje beduusd aan Maria wat de Engel had gezegd. Maria zei niet veel. Ze bewaarde alles in haar hart.
In een ver land woonden drie wijze mannen. Ze waren rijk, spraken allerlei talen en woonden in prachtige kastelen. Elke nacht keken ze naar de sterren.
Die nacht zagen ze een joekel van een ster. Ze wisten het meteen: er is ergens een koning geboren! Ze hadden in de Bijbel gelezen dat er ooit een koning geboren zou worden in Bethlehem. En deze ster die stond in de richting van Israël, van …. Bethlehem.
De drie wijze mannen zadelden direct hun kamelen en gingen op reis. De ster wees hun de weg. Toen ze in Israël aankwamen reden ze naar het paleis van koning Herodes. Daar zal de kleine koning wel te vinden zijn. Maar nee hoor, geen kindje. De drie wijzen snapten er niks meer van. Ze wachten tot het donker werd. Daar was de ster weer! Dit keer stuurden ze hun kamelen rechtstreeks naar Bethlehem, naar de stal.
De drie wijzen moesten zich bukken om binnen te komen. Een nieuwe koning? In een stal? Er waren niet eens bedienden! Alleen een paar vieze herders. En zelfs geen mooi wiegje. Toen … zagen ze Maria met in haar armen het kindje Jezus. Ze wisten het zeker. Dit was het kindje dat God had beloofd. De drie wijzen gaven hele mooie geschenken. Goud; echt iets voor een koning. Wierook; dat wordt gebruikt in de kerk als er iets heel speciaals is. En mirre; dat is hele dure parfum. De drie wijzen mannen waren heel gelukkig dat ze zo dicht bij Jezus mochten zijn. |