Bijeenkomst rond ziekenzalving,
het laatste sacrament...

Catharinaparochie Voorthuizen/Barneveld
'ouderenmiddag' za. 16 november 2002

uit de brief van Jacobus (5,13-15)
(Willibrordvertaling 1995)

'Heeft iemand van u te lijden? Laat hij bidden.
Is iemand opgewekt? Laat hij een loflied zingen.
Is iemand van u ziek? Laat hij de oudsten van de gemeente roepen;
zij zullen een gebed over hem uitspreken
en hem met olie zalven in de Naam van de Heer.
En het gelovige gebed zal de zieke redden en de Heer zal hem oprichten.
En als hij zonden heeft begaan, zal het hem vergeven worden.

lied 354 Kom Schepper Geest...
In dit lied wordt veel samengevat waar het in ons geloven om gaat. Gods Geest-kracht die ons tegemoet komt, troost, bron, vuur, bezieling. De gaven zevenvoud, hand die God ten zegen houdt... Geef dat ons zwakke lichaam leeft vanuit de kracht die Gij het geeft... etc. /rustig langslopen/
Vanouds zeven een heilig getal, de zeven dagen van de week, lichtpunten op de kandelaar (menorah), gaven van de Geest, etc. Zo ook zeven sacramenten. Vanmiddag beperken we ons tot dat laatste sacrament. Maar het staat niet op zichzelf, dus enige verbreding komt daarbij vanzelf ter sprake.//

Handoplegging en Zalving: bijbelse achtergrond
De gewoonte om wensen van zegen en heil kracht bij te zetten met gebaren is zo oud als de mensheid.
Jacob zegent zijn (klein)zoons met handoplegging - Genesis 47,27 - heel 48 en 49;
De zalving was een uitzonderlijk teken: de (aankomend) koning werd erdoor bevestigd -
zie I Samuël 10,1 Samuël zalft Saul; I Samuël 16, met name vs 13 Samuël zalft David.
psalm 23 ... Gij zalft met olie mijn hoofd...
en zo spreken van Messias - Christus - Gezalfde, het verlangen naar de God/mens die alles ten goede keert...
Jezus, erkend als christus -bijv. bij monde van Petrus: Mat.16,16 'Gij zijt de Christus, de zoon van de levende God'.
Handoplegging en zalving dus wezenlijk bij r.k. sacramenten van erbij gaan horen (initiatie), Doop en Vormsel;
en bij (een naderend) afscheid van het leven, ziekenzalving ('Oliesel'); en om dat heilzaam en goed (is daadwerkelijk in Gods Naam) te voltrekken ook een zalving van de handen van een wijdeling tot kerkelijke ambten.

Traditie
In februari 1991 brachten de Nederlandse bisschoppen een herderlijk schrijven uit over 'omgaan met ouder worden', getiteld: Groeien door het leven. Wat daar in staat kan ik nu niet allemaal voorlezen, maar het is heel goed om het te lezen; u kunt het desgewenst van mij lenen, of zelf bestellen, ze zijn er ook in grote letter-uitgave.
De bisschoppen sluiten nauw aan bij de maatschappelijke ontwikkelingen en uiteraard ook bij de, op dit punt rijke, christelijke traditie van eeuwen.

Jezus en zijn volgelingen
De evangelieverhalen spreken van Jezus als iemand die zich bijzonder bekommert om het lot van de zieken: blinden, doven, lammen, melaatsen, etc. Het wordt zo beschreven dat het lijkt of anderen dat in die tijd nauwelijks deden. Dat kunnen we, bijna 2000 jaar later, moeilijk inschatten; net zo min als de betekenis van het 'genezen' van Jezus. Als we zingen: 'Hij ging van stad tot stad, Hij sprak: Tot u ben Ik gezonden. Voor zieken en gewonden had Hij een woord, een onderdak...', dan geeft dat meer een sfeer aan van aandacht dan van letterlijke beterschap. De geneeskracht is altijd een eenheid van ziel/geest én lichaam. 'Ga, je geloof heeft je genezen..'
Meer dan wij vaak denken in sferen van artsen, operaties, medicijnen, etc, gaat het om meetellen, erbij horen, niet uitgesloten worden; en om een eigen innerlijke kracht die 'héélt'. Vaak klinken daar woorden bij als 'het uitdrijven van boze geesten' en 'het vergeven van zonden'.
Het is ook niet aan Jezus alleen voorbehouden, dat is ook een wezenlijk gegeven: vaak stuurt Hij de leerlingen, nu eens 12, dan weer 72, er op uit; en als die terugkeren vertellen ze dat ze, soms tot hun eigen verbazing, tot dezelfde wondertekenen in staat bleken dan ze Jezus hadden zien doen...


De kerk de eeuwen door
De kerk heeft dit belangrijke voorbeeld altijd vastgehouden en uitgedragen: we zijn geroepen en gezonden tot onze naaste; en dat zijn vooral diegenen die anders overal buiten dreigen te vallen. De diaconale taken van de kerk, met name de zorg voor zieken en ouderen, is vermaard. Veel ervan vinden wij nu heel gewoon en is ook opgenomen in de algemene maatschappelijke zorg, heeft daarmee het specifiek-kerkelijke/christelijke verloren. Maar juist wanneer het gaat om de niet louter medische aspecten (en op 'simpele kwalen' als een verkoudheid of een gebroken arm na gaat het al gauw om meer!), blijft er voor de geloofsgemeenschap een belangrijke taak bestaan: de onderlinge zorg, aandacht, meeleven, etc.
Lange tijd gebeurde dat in ons land door religieuzen: ziekenzusters van kloosterorden en de parochiegeestelijkheid, priesters waren er genoeg. Nu wordt vaak ervaren dat het een gemis is dat de pastoor niet af en toe komt; nog daargelaten of dat vroeger altijd zo goed liep, verhalen zijn er genoeg van geestelijken die juist deze kant van het pastorale werk totaal niet lag en het daarom verwaarloosden, terwijl anderen zich er met hart en ziel voor inzetten, is het duidelijk dat het hier toch primair om een taak gaat van kerkelijke mensen, van gelovigen onderling. Op het Tweede Vaticaans Concilie zijn hier ook wezenlijk andere keuzes gemaakt door de wereldwijde kerkleiding. En zo zie je in elke parochie een groep vrijwillig(st)ers, die mensen thuis of in de verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuizen opzoekt en daarin de aandacht geeft die voor 'heel-heid', echte gezondheid onmisbaar is.

De ziekenzalving
Het gaat dus bij de zorg voor zieken en ouderen primair om blijvende aandacht en nabijheid. Die kan (en moet) komen van de beroepskrachten, de pastores; maar het meest van de mede-gelovigen die met veel (meer) aandacht en bewogenheid hieraan vorm kunnen geven.
Maar er zijn wezenlijke momenten, in de eeuwenoude traditie van de rk kerk, die als heilig gelden, gezegend, tot zegen; die dus 'sacrament' zijn. Er is door de eeuwen heen veel beweging geweest in het verstaan van de sacramenten; ook ten aanzien van de bediening ervan is veel te zeggen. Bisschoppen zijn de bedienaren van elk sacrament (behalve het huwelijk), maar kunnen die bediening delegeren aan anderen; in priesterrijke tijden is dat uiteraard eenvoudiger dan in een periode als waarin we nu zitten. Toch houdt de kerk (nog) aan een aantal gegroeide gewoontes vast; daarom zie je ook, soms bewust gekozen, vaker noodgedwongen, andersoortige vormen ontstaan die minder priester-afhankelijk zijn.
In feite is een sacrament als de ziekenzalving voorbehouden aan de priester. Vroeger sprak men van 'het sacrament van de stervenden' (of 'het heilig Oliesel' of kortweg 'de bediening'). Mede door de op het Concilie genomen besluiten zijn de sacramenten (weer) in beweging gekomen. Zoals de bisschoppen ook schrijven in genoemde brief, zie pagina 28-29, 'veronderstelt het ontvangen van een sacrament een gelovige en vertrouwvolle, dus bewuste beleving ervan'. Dus niet wachten tot iemand al bijna dood is, maar dit teken eerder 'aanbieden', wanneer iemand er ook zelf nog kracht uit kan putten en het ook opgenomen kan worden in een grotere kring van mensen.
Vandaar op steeds meer plaatsen de gewoonte om regelmatig, bijv. jaarlijks -vaak op ziekenzondag-, de ziekenzalving in de kerkdienst op te nemen, mensen er speciaal voor uit te nodigen en het zo in de kerkgemeenschap te vieren. Ook gebeurt het vaak wanneer veel zieken bij elkaar zijn, bijv. in een bedevaartplaats als Lourdes. De 'winst' van deze vernieuwde aanpak is enerzijds dat iemand veel bewuster naar het levenseinde kan toegroeien, met alle daarbij passende geloofsvragen en -consequenties; en anderzijds wanneer het levenseinde daadwerkelijk ophanden is er meer vrede kan zijn, omdat het sacramentele teken hierbij al ontvangen is en niet hals-over-kop bezien moet worden of een priester komen kan, of hij op tijd is, etc.

Het ritueel
Feitelijk wordt de ziekenzalving dus niet meer als een heel individueel teken bij doodsdreiging/nood beleefd, ofschoon dit uiteraard nog geregeld voorkomt. In een gezamenlijke viering van de ziekenzalving wordt het teken duidelijk gesteld in de gemeenschap: samen dragen we elkaars zorgen en leven we mee. Het is dus ook goed dat er naaste familieleden en vriend(inn)en van degenen die gezalfd worden om hen heen staan.
Na het gedeelte van de Schriftlezingen, met name uit de Jacobusbrief (zie boven), leggen de voorgangers aan degenen die deelnemen aan het sacrament de handen op en spreken daarbij een gebed uit. Dan komt de priester bij ieder persoonlijk langs en zalft hen de handen en het voorhoofd. Meestal ontvangen zij vervolgens een kaars uit handen van degenen die in het dagelijks leven veel zorg met hen delen en/of mensen van de bezoekgroep van de parochie. In de verdere viering wordt dan nog gebeden en gezongen; vaak wordt ook de Communie gedeeld.

jos van os
augustus 2002